Wat moet je weten

Een thermiekbel of thermiekkolom drijft met de wind mee. Als je een wolk ziet, zit de thermiek er dus niet recht onder, maar schuin tegen de wind in.      

Zie de tekening hieronder.

Zoals je op de tekening kunt zien, ontstaat thermiek boven een ondergrond die gemakkelijk opwarmt. De thermiek valt juist weg boven gebieden die moeilijk of helemaal niet opwarmen, zoals een vochtige bodem, grotere waterpartijen, meren en moerassen.

Een andere manier om hoogte te winnen is door middel van hellingwind (in het Engels mountain soaring genoemd). Als de wind recht of onder een kleine hoek tegen een helling blaast, wordt de lucht omhoog gedrukt. Hier maak je gebruik van door heen en weer langs de helling te zweven. Zorg er bij het keren wel voor dat je altijd van de berg afdraait. Doe je dit niet en draai je naar de berg toe, dan is de kans heel groot dat de wind je tegen de helling aan blaast — met een fatale crash tot gevolg.

Ook in Nederland word helling gevlogen .

Voordat je dit allemaal kunt uitproberen zul je eerst in de lucht zien te komen, en daar zijn verschillende ​methodes voor.

1. ​Lierstart. Voordeel: er kan snel achter elkaar gestart worden en het is relatief goedkoop. Nadeel: je behaalt een beperkte hoogte, waardoor je            minder tijd en reikwijdte hebt om thermiek te vinden.

2. ​Sleepstart (het laten slepen door een motorvliegtuig). Voordeel: je wordt naar een grote hoogte gebracht, wat meer tijd en een grotere reikwijdte      geeft om thermiek te vinden. Nadeel: er kunnen minder zwevers per uur de lucht in, omdat het even duurt voordat het sleepvliegtuig terug is.          Daarnaast is het relatief duur.
    Als je straks je laat slepen, blijf zicht houden op het sleeptoestel, hou de lijn strak.

3. Hellingstart (al rennend van de helling af). Voordeel: het is zeer goedkoop. Nadeel: als je geen thermiek of voldoende hellingwind vindt, sta je binnen de kortste keren onderaan de berg.